Home
 
De goddelijke voet tussen de wetenschappelijke deur

 

Richard Lewontin, genetisch wetenschapper aan Harvard, schrijft in een boek-review voor de NY Times met als titel "Billions & Billions of Demons", in 1997 de volgende tekst: 

"Our willingness to accept scientific claims that are against common sense is the key to an understanding of the real struggle between science and the supernatural. We take the side of science in spite of the patent absurdity of some of its constructs, in spite of its failure to fulfill many of its extravagant promises of health and life, in spite of the tolerance of the scientific community for unsubstantiated just-so stories, because we have a prior commitment, a commitment to materialism. It is not that the methods and institutions of science somehow compel us to accept a material explanation of the phenomenal world, but, on the contrary, that we are forced by our a priori adherence to material causes to create an apparatus of investigation and a set of concepts that produce material explanations, no matter how counter-intuitive, no matter how mystifying to the uninitiated. Moreover, that materialism is absolute, for we cannot allow a Divine Foot in the door."

Vertaald in het Nederlands staat er dit:

"Onze bereidheid om wetenschappelijke claims te accepteren die tegen ons gezond verstand ingaan, is de sleutel om de echte worsteling tussen wetenschap en het bovennatuurlijke te begrijpen. We kiezen de kant van de wetenschap ondanks de overduidelijke absurditeit van sommige uitkomsten, ondanks haar falen om de grote beloften over gezondheid en leven na te komen, ondanks het tolereren van ongefundeerde "het is gewoon zo" verhalen, omdat we een onvoorwaardelijke commitment hebben richting het materialisme (materie is alles wat er is).

Niet dat de methoden of praktijken van de wetenschap ons op de een of andere manier dwingen om een materialistische verklaring van de waarneembare wereld te accepteren. Integendeel, onze bij voorbaat vaststaande keuze voor natuurlijke oorzaken leidt juist tot onderzoeksmethoden en concepten die materialistische verklaringen opleveren, hoe zeer die ook tegen de intuïtie ingaan, en hoe mysterieus ze ook zijn voor niet-wetenschappers. Bovendien staat het materialisme onvoorwaardelijk vast, want we kunnen geen Goddelijke voet tussen de deur toestaan."


Samenvattend komt het hier op neer:

wij wetenschappers weten bij voorbaat al dat ons onderzoek alleen natuurlijke oorzaken (materie is alles wat er is) als uitkomst zal hebben, want dat is de enige uitkomst die we willen. Onze methoden en praktijken zijn er op gericht om alleen natuurlijke oorzaken op te leveren. Dit ondanks het feit dat de uitkomsten soms absurd zijn en tegen het gezond verstand ingaan, en ondanks het feit dat we soms moeten zeggen dat iets "gewoon zo is". We willen nu eenmaal niet dat er een God aan te pas komt.

De wetenschappelijke verklaring van al het waarneembare levert inderdaad op diverse fundamentele punten absurde verklaringen op. In de eerste plaats is er de oerknaltheorie waarbij alles uit niets ontstaat, wat volkomen indruist tegen het gezond verstand, alle natuurwetten en iedere logica.
In de tweede plaats het ontstaan van leven uit dode materie, leven dat bovendien ook in staat is zichzelf in stand te houden en voort te planten. In het licht van de kennis die er inmiddels is op het gebied van de moleculaire biologie is ook dit een onhoudbare claim. De complexiteit van zelfs de simpelste cel wijst dermate duidelijk naar ontwerp, dat het eigenlijk genant is dat de wetenschap dit blijft ontkennen.
Een derde voorbeeld is de claim dat in het proces van natuurlijke selectie levensvormen in complexiteit toenemen. Er is in de natuur geen enkel voorbeeld te geven waarbij sprake is van toename van informatie. Laat staan van enig bewijs dat soorten overgaan in andere soorten.

De meest intrigerende vraag voor een christen zou daarom niet moeten zijn of de wetenschap misschien toch gelijk zou kunnen hebben ten aanzien van de vraag waardoor alles is ontstaan. Nee, de meest intrigerende vraag zou moeten zijn hoe het mogelijk is dat de wetenschappelijke verklaring voor het bestaan van de kosmos en het leven zoveel aanhangers heeft, terwijl ze nergens op gebaseerd is.
Het antwoord op deze vraag is dat de oerknaltheorie en de evolutietheorie niets minder zijn dan een aanval op de fundamenten van de Bijbelse waarheid door Gods tegenstander. Hij is het die God als veroorzaker van de kosmos en het leven buiten beeld wil houden. Hij is het ook die alles wat de Bijbel zegt over de toekomst buiten onze aandacht wil houden. Het gevolg is dat we - zelfs al noemen we onszelf gelovig - uitsluitend in het hier en nu leven zonder besef van de grootsheid van onze schepper, en zonder besef van Gods plan met zijn Schepping.

We worden dolenden in deze wereld, we hebben geen idee wat de betekenis is van wat zich allemaal afspeelt, en leven daarom zonder uitzicht op de toekomst en zonder verwachting.

De God van de Bijbel presenteert zichzelf in zijn Woord als "Ik ben die ik ben". Hij is de Alfa en de Omega, zowel het begin als het einde. Hij staat buiten deze schepping, buiten ruimte en tijd. Hij is het almachtige begin van alles, en hij laat zijn schepping en schepsels niet in de steek. Daarom heeft hij Zijn Zoon gezonden en kwam hij, Schepper van tijd en ruimte, van hemel en aarde, als mens binnen in zijn schepping om haar te redden van de ondergang die de zonde veroorzaakt. Maar aangezien de zonde van de mens niets minder inhoudt dan opstand tegen zijn Schepper, was God (in de persoon van Jezus) niet welkom. De mens die wil volharden in zijn eigen zonde en hoogmoed, kan immers geen "Goddelijke voet tussen de deur toestaan".

Die voet komt er echter wel, ongeacht wat mensen bedenken en doen. En dan zal voor iedereen blijken dat God het voor het zeggen heeft.

In Zacharia 14 lezen we het volgende:

Er komt een dag dat de HEER zal ingrijpen. [...] Die dag zal hij zijn voeten op de Olijfberg planten, ten oosten van Jeruzalem. De Olijfberg zal in tweeën splijten: de ene helft glijdt weg naar het noorden en de andere naar het zuiden, zodat er een breed dal ontstaat van oost naar west. [...] En de HEER, mijn God, zal verschijnen met al de zijnen. Op die dag zal er geen licht zijn; de hemellichamen verliezen hun glans. Op die ene dag, die alleen de HEER kent, zal er geen onderscheid zijn tussen dag en nacht. Pas tegen het vallen van de avond zal er weer licht gloren. Als die tijd aanbreekt, zal er in Jeruzalem zuiver water ontspringen: de ene helft zal in het oosten in zee uitmonden en de andere helft in het westen, zowel in de zomer als in de winter. En de HEER zal koning worden over de hele aarde. Dan zal de HEER de enige God zijn en zijn naam de enige naam.

 

Laatst geupdate op zondag 29 november 2009 20:03
 
Advertentie