Home De Bijbel De Bijbelse boodschap
De Bijbelse boodschap

(Wijs met de muis op de teksten met de stippellijntjes eronder voor meer informatie; Bijbelteksten uit NBG-vertaling 1951)

 

Op de allereerste regel van de Bijbel openbaart God zich aan de mens als de Schepper van hemel en aarde (Gen. 1:11 In den beginne schiep God de hemel en de aarde. ). Iets verderop wordt duidelijk dat God tevens de schepper is van al het leven (Gen. 1:11-1211 En God zeide: Dat de aarde jong groen voortbrenge, zaadgevend gewas, vruchtbomen, die naar hun aard vruchten dragen, welke zaad bevatten, op de aarde; en het was alzo. 12 En de aarde bracht jong groen voort, gewas, dat naar zijn aard zaad geeft, en geboomte, dat naar zijn aard vruchten draagt, welke zaad bevatten., Gen. 1:20-2520 En God zeide: Dat de wateren wemelen van levende wezens, en dat het gevogelte over de aarde vliege langs het uitspansel des hemels. 21 Toen schiep God de grote zeedieren en alle krioelende levende wezens, waarvan de wateren wemelen, naar hun aard, en allerlei gevleugeld gevogelte naar zijn aard. En God zag, dat het goed was. 22 En God zegende ze en zeide: Weest vruchtbaar, wordt talrijk en vervult de wateren in de zeeën, en het gevogelte worde talrijk op de aarde. 23 Toen was het avond geweest en het was morgen geweest: de vijfde dag.
24 En God zeide: Dat de aarde voortbrenge levende wezens naar hun aard, vee en kruipend gedierte en wild gedierte naar hun aard; en het was alzo. 25 En God maakte het wild gedierte naar zijn aard en het vee naar zijn aard en alles wat op de aardbodem kruipt naar zijn aard. En God zag, dat het goed was.
), en van de mens (Gen. 1:26-2726 En God zeide: Laat Ons mensen maken naar ons beeld, als onze gelijkenis, opdat zij heersen over de vissen der zee en over het gevogelte des hemels en over het vee en over de gehele aarde en over al het kruipend gedierte, dat op de aarde kruipt. 27 En God schiep de mens naar zijn beeld; naar Gods beeld schiep Hij hem; man en vrouw schiep Hij hen. ; Gen 2:77 Toen maakte God, de HEER, de mens. Hij vormde hem uit stof, uit aarde, en blies hem levensadem in de neus. Zo werd de mens een levend wezen. ). Tevens maakt de Bijbel duidelijk wie God is, wat zijn aard is, zijn wezen. De kenmerken van God kunnen op twee manieren worden bekeken:

- kenmerken die exclusief aan Hem toe te schrijven zijn (die maken dat Hij God is):- kenmerken die God bekend maken in relatie tot zijn schepping:

 

De eerste mensen, Adam en Eva woonden in een paradijs, de hof van Eden (Gen 2:88 Voorts plantte de HERE God een hof in Eden, in het Oosten, en Hij plaatste daar de mens, die Hij geformeerd had.), op een volmaakte aarde zonder dood, pijn en verdriet. Ze gebruikten echter de keuze-vrijheid die God ze geschonken had (Gen 2:16,1716 En de HERE God legde de mens het gebod op: Van alle bomen in de hof moogt gij vrij eten, 17 maar van de boom der kennis van goed en kwaad, daarvan zult gij niet eten, want ten dage, dat gij daarvan eet, zult gij voorzeker sterven.) om zich tegen hem te keren. Het was Satan, Gods tegenstander, die ze ertoe bracht om te proberen zich gelijk aan God te stellen (Gen 3:1-31 De slang nu was het listigste van alle dieren des velds, die de HERE God gemaakt had; en zij zeide tot de vrouw: God heeft zeker wel gezegd: Gij zult niet eten van enige boom in de hof? 2 Toen zeide de vrouw tot de slang: Van de vrucht van het geboomte in de hof mogen wij eten, 3 maar van de vrucht van de boom, die in het midden van de hof staat, heeft God gezegd: Gij zult daarvan niet eten noch die aanraken; anders zult gij sterven.). De Bijbel vertelt ook wie Satan is, een CherubCherubs zijn zeer hoog geplaatste wezens in de hogere, hemelse sferen die de troon van God bewaken. Zo komen we ook cherubs tegen bij de ark van het verbond, die als het ware een aardse verschijningsvorm was van de hemelse troon van God. Verder zijn er afbeeldingen van cherubs op het gordijn in de tabernakel of tempel, dat de troon van God afschermt van de buitenwereld. die hoogmoedig werd en zich gelijk aan God stelde (Jes 14:12-14 12 Hoe zijt gij uit de hemel gevallen, gij morgenster, zoon des dageraads; hoe zijt gij ter aarde geveld, overweldiger der volken! 13 En gij overlegdet nog wel: Ik zal ten hemel opstijgen, boven de sterren Gods mijn troon oprichten en zetelen op de berg der samenkomst ver in het noorden; 14 ik wil opstijgen boven de hoogten der wolken, mij aan de Allerhoogste gelijkstellen.). Hieruit wordt ook duidelijk dat zonde feitelijk gelijk staat aan hoogmoed, de eigen "ik" worden boven God gesteld (Luk 14:1111 Want een ieder, die zichzelf verhoogt, zal vernederd worden en wie zichzelf vernedert, zal verhoogd worden. ).

Satan bekleedde een hoge positie in Gods nabijheid, maar verspeelde die en werd op aarde neergeworpen (Ezech 28:14-1714 Gij waart een beschuttende cherub met uitgespreide vleugels; Ik had u een plaats gegeven: gij waart op de heilige berg der goden, wandelend te midden van vlammende stenen. 15 Onberispelijk waart gij in uw wandel, vanaf de dag dat gij geschapen werdt, totdat er onrecht in u werd gevonden: 16 door uw uitgebreide handel zijt gij vervuld geraakt met geweldenarij en kwaamt gij tot zonde. Van de berg der goden verbande Ik u en deed u weg, gij beschuttende cherub, van tussen de vlammende stenen. 17 Trots was uw hart op uw schoonheid – met uw luister hebt gij ook uw wijsheid teniet doen gaan. Ter aarde wierp Ik u neer, en maakte u tot een schouwspel voor koningen om met leedvermaak naar u te zien.).

Omdat Adam en Eva zich van God afkeerden werden ze als gevolg daarvan uit de Hof van Eden verdreven (Gen 3,2323 Toen zond de HERE God hem weg uit de hof van Eden om de aardbodem te bewerken, waaruit hij genomen was. ). De gevolgen van hun zonde waren (en zijn) enorm. De hele schepping werd in de zonde meegesleept (Gen 3,16-1816 Tot de vrouw zeide Hij: Ik zal zeer vermeerderen de moeite uwer zwangerschap; met smart zult gij kinderen baren en naar uw man zal uw begeerte uitgaan, en hij zal over u heersen. 17 En tot de mens zeide Hij: Omdat gij naar uw vrouw hebt geluisterd en van de boom gegeten, waarvan Ik u geboden had: Gij zult daarvan niet eten, is de aardbodem om uwentwil vervloekt; al zwoegende zult gij daarvan eten zolang gij leeft, 18 en doornen en distelen zal hij u voortbrengen, en gij zult het gewas des velds eten;). Sindsdien is de mens zonder hoop en zonder God in deze wereld (Ef 2:1212 dat gij te dien tijde zonder Christus waart, uitgesloten van het burgerrecht Israëls en vreemd aan de verbonden der belofte, zonder hoop en zonder God in de wereld.). leder mens heeft gezondigd en is van God verwijderd (Rom 3:9-18,239 Wat dan? Worden anderen boven ons gesteld? In geen enkel opzicht; wij hebben immers tevoren Joden zowel als Grieken beschuldigd, dat zij allen onder de zonde zijn, 10 gelijk geschreven staat: Niemand is rechtvaardig, ook niet één, 11 er is niemand, die verstandig is, niemand, die God ernstig zoekt; 12 allen zijn afgeweken, tezamen zijn zij onnut geworden; er is niemand, die doet wat goed is, zelfs niet één. 13 Hun keel is een open graf, met hun tong plegen zij bedrog, addergif is onder hun lippen; 14 hun mond is van vloek en bitterheid vol; 15 Snel zijn hun voeten om bloed te vergieten, 16 verwoesting en ellende zijn op hun wegen, 17 en de weg des vredes kennen zij niet. 18 De vreze Gods staat hun niet voor ogen. 23 Want allen hebben gezondigd en derven de heerlijkheid Gods).

Elke zonde is in de eerste plaats zonde tegen God (Ps 51:6 6 Tegen U, U alleen, heb ik gezondigd,
en gedaan wat kwaad is in uw ogen,
opdat Gij rechtvaardig blijkt in uw uitspraak,
zuiver in uw gericht.
). Daarom krijgt ieder mens te maken met Gods toom (Rom 1:1818 Want toorn van God openbaart zich van de hemel over alle goddeloosheid en ongerechtigheid van mensen, die de waarheid in ongerechtigheid ten onder houden), en is op weg om voor eeuwig verloren te gaan (Op 21,88 Maar de lafhartigen, de ongelovigen, de verfoeilijken, de moordenaars, de hoereerders, de tovenaars, de afgodendienaars en alle leugenaars – hun deel is in de poel, die brandt van vuur en zwavel: dit is de tweede dood.). De mens heeft verzoening met God nodig (2 Kor 5:2020 Wij zijn dus gezanten van Christus, alsof God door onze mond u vermaande; in naam van Christus vragen wij u: laat u met God verzoenen.)! Daarbij heeft hij geen enkele mogelijkheid zichzelf te verlossen of om ook maar iets tot zijn redding bij te dragen (Ef 2:8-98 Want door genade zijt gij behouden, door het geloof, en dat niet uit uzelf: het is een gave van God; 9 niet uit werken, opdat niemand roeme.). Er zijn geen “goede werken” die de mens kan doen om dichter bij God te komen of om gered te worden (Rom 3:20, 2820 daarom, dat uit werken der wet geen vlees voor Hem gerechtvaardigd zal worden, want wet doet zonde kennen.
28 Want wij zijn van oordeel, dat de mens door geloof gerechtvaardigd wordt, zonder werken der wet.
; Rom 4:4-54 Nu wordt hem die werkt, het loon niet toegerekend uit genade, maar krachtens verplichting. 5 Hem echter, die niet werkt, maar zijn geloof vestigt op Hem, die de goddeloze rechtvaardigt, wordt zijn geloof gerekend tot gerechtigheid,). Daarom is hij volledig op Gods genade aangewezen (Luk 18:1313 De tollenaar stond van verre en wilde zelfs zijn ogen niet opheffen naar de hemel, maar hij sloeg zich op de borst en zeide: O God, wees mij, zondaar, genadig!).

God echter erbarmde zich over de gevallen mensheid en zond de Here Jezus Christus naar deze wereld (Joh 3:1616 Want alzo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat een ieder, die in Hem gelooft, niet verloren ga, maar eeuwig leven hebbe.). Zoals de Vader is ook de Zoon van eeuwigheid, maar voor ons werd Hij Mens (Joh 1:1414 Het Woord is vlees geworden en het heeft onder ons gewoond en wij hebben zijn heerlijkheid aanschouwd, een heerlijkheid als van de eniggeborene des Vaders, vol van genade en waarheid.). Als zondeloos, rein en volkomen Mens stierf Hij aan het kruis voor onze zonden.

Hij is het Lam, dat onze zonde en straf op Zich nam (Joh 1:2929 De volgende dag zag hij (Johannes) Jezus tot zich komen en zeide: Zie, het lam Gods, dat de zonde der wereld wegneemt. ; zie ook Jesaja 53 (geschreven ver voor de geboorte van Jezus!)), omdat Hij Zijn bloed vergoot. In Hem zijn we rechtvaardig voor God, wat wij op geen enkele andere manier zouden kunnen worden (1 Kor 1:3030 Maar uit Hem is het, dat gij in Christus Jezus zijt, die ons van God is geworden: wijsheid, rechtvaardigheid, heiliging en verlossing). Aan dit volkomen offer kan en mag niets toegevoegd worden. Door Hem begrijpen we ook iets van de grote Liefde van God (Rom 5:88 God echter bewijst zijn liefde jegens ons, doordat Christus, toen wij nog zondaren waren, voor ons gestorven is. ). Onze redding kostte de Vader niets minder dan de dood van Zijn eigen Zoon.

De Here Jezus stond stond lichamelijk uit de dood op (1 Kor 15:1-51 Ik maak u bekend, broeders, het evangelie, dat ik u verkondigd heb, dat gij ook ontvangen hebt, waarin gij ook staat, 2 waardoor gij ook behouden wordt, indien gij het zó vasthoudt, als ik het u verkondigd heb, tenzij gij tevergeefs tot geloof zoudt gekomen zijn. 3 Want vóór alle dingen heb ik u overgegeven, hetgeen ik zelf ontvangen heb: Christus is gestorven voor onze zonden, naar de Schriften, 4 en Hij is begraven en ten derden dage opgewekt, naar de Schriften, 5 en Hij is verschenen aan Kefas, daarna aan de twaalven. en werd in de hemel opgenomen,van waar Hij terugkomen zal om de levenden en de doden te oordelen (Hand 1:1111 die ook zeiden: Galileese mannen, wat staat gij daar en ziet op naar de hemel? Deze Jezus, die van u opgenomen is naar de hemel, zal op dezelfde wijze wederkomen, als gij Hem ten hemel hebt zien varen.; Hand 17:3131 omdat Hij een dag heeft bepaald, waarop Hij de aardbodem rechtvaardig zal oordelen door een man, die Hij aangewezen heeft, waarvan Hij voor allen het bewijs geleverd heeft door Hem uit de doden op te wekken.
; 2 Thess 1:7-97 en aan u, die verdrukt wordt, verkwikking tezamen met ons, bij de openbaring van de Here Jezus van de hemel met de engelen zijner kracht, 8 in vlammend vuur, als Hij straf oefent over hen, die God niet kennen en het evangelie van onze Here Jezus niet gehoorzamen. 9 Dezen zullen boeten met een eeuwig verderf, ver van het aangezicht des Heren en van de heerlijkheid zijner sterkte, ).

De kern van de Bijbelse boodschap is dus dat God de zondige mens redding aanbiedt in de persoon van Jezus Christus. Door te geloven dat hij de Zoon van God is, die door God gezonden is om u en mij met Hem te verzoenen, krijgt ieder mens de gelegenheid om opnieuw te beginnen. De Bijbel noemt dit wedergeboorte (1 Petr 1:33 Geloofd zij de God en Vader van onze Here Jezus Christus, die ons naar zijn grote barmhartigheid door de opstanding van Jezus Christus uit de doden heeft doen wedergeboren worden tot een levende hoop), omdat de oude zondige mens plaats maakt voor een nieuwe, een mens die weliswaar nog steeds zondigt, maar als een vrij mens mag leven in de wetenschap dat hij is vrijgekocht met het bloed van het Lam.

Een essentiële voorwaarde voor wedergeboorte is dat de mens zich realiseert dat hij zondig is, en uit zichzelf nooit de kloof met de Heilige God kan dichten (Joh 5:2424 Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u, wie mijn woord hoort en Hem gelooft, die Mij gezonden heeft, heeft eeuwig leven en komt niet in het oordeel, want hij is overgegaan uit de dood in het leven.; Hand 16:3131 En zij zeiden: Stel uw vertrouwen op de Here Jezus en gij zult behouden worden, gij en uw huis. ). De Bijbel roept de zondaar op, boete te doen en zich te bekeren (Hand 3:1919 Komt dan tot berouw en bekering, opdat uw zonden uitgedelgd worden, opdat er tijden van verademing mogen komen van het aangezicht des Heren; Hand 17:3030 God dan verkondigt, met voorbijzien van de tijden der onwetendheid, heden aan de mensen, dat zij allen overal tot bekering moeten komen; Hand 20:2121 Joden en Grieken betuigende zich te bekeren tot God en te geloven in onze Here Jezus.
; Hand 26:18, 2018 om hun ogen te openen ter bekering uit de duisternis tot het licht en van de macht van de satan tot God, opdat zij vergeving van zonden en een erfdeel onder de geheiligden zouden ontvangen door het geloof in Mij.
20 maar ik heb eerst hun, die te Damascus waren, en te Jeruzalem en in het gehele Joodse land en de heidenen verkondigd, dat zij met berouw zich zouden bekeren tot God en werken doen, met hun berouw in overeenstemming.
). Hij moet zich van de verkeerde weg afkeren (Hand 14:1515 uitroepende: Mannen, wat doet gij daar? Ook wij zijn maar zwakke mensen zoals gij en verkondigen u, dat gij u van dit ijdel bedrijf moet bekeren tot de levende God, die de hemel, de aarde, de zee en al wat erin is gemaakt heeft.; 1 Thess 1:99 Want zelf verhalen zij van ons, hoe wij bij u ontvangen zijn en hoe gij u van de afgoden tot God bekeerd hebt, om de levende en waarachtige God te dienen; 1 Petr 2:2525 Want gij waart dwalende als schapen, maar thans hebt gij u bekeerd tot de herder en hoeder van uw zielen. ). De door de Heilige Geest overtuigde zondaar wordt ook opgeroepen, zich te laten dopen (Hand 2:3838 En Petrus antwoordde hun: Bekeert u en een ieder van u late zich dopen op de naam van Jezus Christus, tot vergeving van uw zonden, en gij zult de gave des heiligen Geestes ontvangen.).

Laatst geupdate op woensdag 08 april 2009 16:21
 
Advertentie